Februari. De maand waarin de agenda vol staat met thuisblijfdagen voor zieke kinderen, de wasmand altijd vol is en er altijd wel iemand op de achtergrond hoest. Vabbruari, zoals ze het in Zweden noemen. Voor gezinnen met kinderen op de opvang voelt het vaak als een marathon van verkoudheden, slechte nachten en puzzelen met werk. Ook al kun je niet alle bacillen wegtoveren die rondgaan, er zijn simpele gewoontes die de besmettingscarrousel kunnen afremmen en februari hopelijk wat minder zwaar maken – voor de kinderen én de ouders.
Waar je je het beste op kunt richten:
- Handen wassen als vaste routine – vooral als jullie thuiskomen van de opvang en vóór het eten
- Slaap is het allerbelangrijkste – doe wat de meeste slaap oplevert voor zoveel mogelijk gezinsleden
- Leg de lat lager – februari is niet de maand voor een volgeboekte sociale agenda
- Luchten! – Zorg regelmatig voor wat frisse lucht in huis
- Plan zorgdagen vooruit – spreek van tevoren af wie de volgende keer thuisblijft met een ziek kind
- Gun elkaar een pauze – Geef elkaar, als het kan, even de ruimte om op te laden. Vabbruari is zwaar voor groot en klein, dus zorg goed voor elkaar wanneer het even kan.
- Blijf thuis als het kan – als het buikgriep rondgaat op de opvang, kan het soms de moeite waard zijn om de kinderen thuis te houden.
Onthoud – soms maakt het echt niet uit hoe goed je plant of hoe trouw je handen wast. Het hele gezin wordt tóch ziek. Als dat gebeurt, laat de verwachtingen dan even los en maak er iets gezelligs van. Sleep dekens en kussens naar de bank, kruip lekker tegen elkaar aan en laat een rustig filmmoment gewoon genoeg zijn.